
Ouderdomspensioen
Je neemt deel aan de pensioenregeling van Pensioenfonds Cosun. Iedere maand leg je samen met je werkgever een premie in en daarmee bouw je een persoonlijk pensioenvermogen op. Je persoonlijk pensioenvermogen wordt belegd en beweegt mee met de economie en de beleggingen. Beleggen is nodig om je persoonlijk pensioenvermogen te laten groeien. Als je 68 jaar wordt, ontvang je hieruit levenslang een pensioen voor jezelf. Je pensioen is een aanvulling op de AOW die je van de overheid ontvangt als je de AOW-leeftijd bereikt. Meer informatie over de AOW vind je op svb.nl.
Hoeveel pensioen je straks ontvangt van Pensioenfonds Cosun is vooral afhankelijk van de premie die je hebt ingelegd de inhoud van de pensioenregeling waaraan je deelneemt en het aantal jaren dat je deelneemen de rendementen op de beleggingen. Het ouderdomspensioen voor jezelf wordt vanaf je 68ste jaar maandelijks uitbetaald, zolang je leeft. Een inschatting van de hoogte van het verwachte ouderdomspensioen staat op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO) dat je ieder jaar ontvangt en op mijnpensioenoverzicht.nl. Hierop kun je, naast een opgave van je persoonlijk pensioenvermogen, ook een inschatting van je verwachte pensioen in drie scenario’s terugzien: Als het heel erg tegenzit, je verwachte pensioen en als het heel erg meezit.
De pensioenregeling waaraan je deelneemt, is een solidaire premieregeling. In de solidaire premieregeling wordt je premie collectief belegd samen met de premie van andere deelnemers. Alle deelnemers hebben een persoonlijk aandeel in het collectieve vermogen dat we persoonlijk pensioenvermogen noemen. We beleggen het collectieve vermogen. Het rendement wordt toebedeeld over verschillende leeftijdsgroepen. Dit doen we volgens de toedelingsregels.
Voor jongere deelnemers wordt meer risico genomen dan voor oudere deelnemers. Daarom krijgen jongere deelnemers een groter deel van het overrendement. Het risico wordt afgebouwd naarmate de pensioendatum dichterbij komt. Oudere deelnemers krijgen daardoor een kleiner deel van het overrendement en meer beschermingsrendement.
Lees hier meer over de begrippen zoals overrendement en beschermingsrendement.
Elke maand leg je samen met de werkgever een premie voor jouw pensioen in. De premie wordt ingelegd over een deel van je brutoloon dat je in dat jaar hebt verdiend. Dat heet het pensioensalaris. Het pensioensalaris omvat het jaarinkomen dat je in het voorafgaande kalenderjaar hebt verdiend inclusief de daarop betrekking hebbende eventuele salarisgarantie, de vakantietoeslag, de eindejaarsuitkering, de toeslag voor het werken in ploegen, de afbouwregeling ploegentoeslag, de toeslag voor werk onder zeer bezwaarlijke omstandigheden en de vaste toeslag. Als je meer verdient dan € 137.800 per jaar, telt je inkomen boven die grens niet mee voor je pensioenopbouw.Je bouwt niet over je hele pensioensalaris pensioen op. Het pensioenfonds houdt namelijk al rekening met de AOW, die je van de overheid ontvangt als je de AOW-leeftijd bereikt. Het deel van je salaris waarover je geen pensioen opbouwt, heet franchise. Die franchise wordt elk jaar vastgesteld. Voor 2026 is deze € 19.217,-. Het bedrag dat overblijft als we de franchise aftrekken van je pensioensalaris noemen we de pensioengrondslag. Over die pensioengrondslag wordt de premie berekend die in je persoonlijk pensioenvermogen wordt ingelegd. De premie voor 2026 bedraagt 36,96%.
Voorbeeld
Laten we dit verduidelijken met een voorbeeld.
Stel: je pensioenjaarsalaris is € 65.000,-.
Je pensioengrondslag is dan € 65.000 – € 19.217 (de franchise) = € 45.783
De totale premie-inleg bedraagt 36,96% van€ 45.783 = €16.921
6,96% van € 45.783 = € 3.186 is bestemd voor verzekering en kosten
30% van € 45.783 = € 13.734,90 wordt ingelegd in je persoonlijk pensioenvermogen en wordt belegd.
Pensioen en deeltijd
Als je in deeltijd werkt, is je premie-inleg in je persoonlijk pensioenvermogen gekoppeld aan je deeltijdpercentage. Als je bijvoorbeeld 60% van een volledig dienstverband werkt, is je premie-inleg ook 60% van wat je bij een volledig dienstverband zou inleggen.
De precieze regels over de inhoud van je pensioenregeling vind je in het pensioenreglement.
Ingegaan pensioen
Als je pensioen eenmaal is ingegaan, kom je met je persoonlijk pensioenvermogen in de collectieve uitkeringsfase terecht. Hierin zitten alle persoonlijke pensioenvermogens van iedereen die net als jij een pensioen ontvangt. Deze pensioenvermogens worden minder risicovol doorbelegd dan er belegd wordt voor jonge deelnemers. De risico’s worden samen gedeeld.
Het ouderdomspensioen dat je bij pensionering ontvangt, wordt aangekocht uit je persoonlijke pensioenvermogen op het moment dat je je pensioen in laat gaan. Standaard gebeurt dit in de verhouding 100:70 voor het ouderdomspensioen staat tot het partnerpensioen. Je kunt voordat je met pensioen gaat kiezen om een andere verhouding te nemen. Dit hangt natuurlijk af van wat er in jouw situatie passend is. Heb je geen partner? In dat geval word je hele pensioenvermogen alleen voor ouderdomspensioen gebruikt. Je pensioen wordt dan hoger.
Het persoonlijk pensioenvermogen bestaat uit twee delen, het uitkeringsvermogen en het spreidingsvermogen. Uit het uitkeringsvermogen wordt de pensioenuitkering betaald.
We spreiden de beleggingsresultaten over een periode van 3 jaar. Een negatieve of een positieve schok wordt hierdoor gedempt. Hierdoor blijven de pensioenen stabieler. Elk jaar wordt het positieve of negatieve rendement aan het spreidingsvermogen toegekend. 1/3 deel van het spreidingsvermogen wordt in enig jaar in de uitkering verwerkt. De overige 2/3 wordt in het spreidingsvermogen opgenomen. Het spreidingsvermogen is het rendement dat nog niet verwerkt is in het pensioen.
Elk jaar wordt het pensioen verhoogd, verlaagd of blijft het pensioen gelijk. Voor het eerst vindt dit plaats per 1 januari 2027. Of er een verhoging of verlaging plaatsvindt hangt af van de resultaten van de voorgaande kalenderjaren en de hoogte van het spreidingsvermogen. Is het spreidingsvermogen groter dan 0, dan gaat het pensioen omhoog. Is het spreidingsvermogen kleiner dan 0, dan gaat het pensioen omlaag.
Gaat je pensioen in enig jaar omlaag? In dat geval wordt je pensioen uit de solidariteitsreserve aangevuld tot het niveau van het voorgaande jaar. Dit is mogelijk zolang er genoeg geld in de solidariteitsreserve zit. Is dat niet het geval? Dan gaat je pensioen omlaag. Lees hier meer over het begrip solidariteitsreserve.
Partnerpensioen
Als je komt te overlijden terwijl je in dienst bent, heeft je partner (zie ook ‘Als je gaat trouwen of samenwonen’) recht op een partnerpensioen. De hoogte van het partnerpensioen is 35% van het pensioengevend salaris.
Uit dienst?
Als je overlijdt nadat je uit dienst bent, maar nog niet met pensioen bent, dan heeft je partner geen recht meer op partnerpensioen. Dit gebeurt niet meteen. De eerste 6 maanden nadat je uit dienst bent, blijf je nog verzekerd als je geen baan hebt waar je pensioen opbouwt. Maar ook als je een uitkering voor werkloosheid of vanuit de ziektewet ontvangt, blijf je ook verzekerd. Gedurende deze periode hoef je geen premie voor deze verzekering te betalen.
Na afloop van deze voortzetting, heb je de keuze om de verzekering van het partnerpensioen vrijwillig voort te zetten. Hiervoor betaal je zelf de premie vanuit je persoonlijke pensioenvermogen. Je kan de verzekering van het partnerpensioen voortzetten totdat je met partnerpensioen gaat. Lees hier meer over het voorzetten van je partnerpensioen of bel met de pensioenadministratie Appel Pensioenuitvoering 085-2104133.
Met pensioen?
Als je overlijdt nadat je met pensioen bent gegaan, dan ontvangt je partner een levenslang partnerpensioen. Dit partnerpensioen is standaard gebaseerd op 70% van je ouderdomspensioen. Tenzij je op pensioendatum ervoor hebt gekozen om een deel van je partnerpensioen om te ruilen voor extra ouderdomspensioen. In dat laatste geval is het overgebleven partnerpensioen lager en je ouderdomspensioen hoger.
De hoogte van het verwachte partnerpensioen staat vermeld op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op mijnpensioenoverzicht.nl.
De precieze regels over de inhoud van je pensioenregeling vind je in het pensioenreglement.
| Heb je deelgenomen aan de pensioenregeling die tot en met 31 december 2025 gold? In dat geval heb je in de oude pensioenregeling een partnerpensioen opgebouwd. Dit partnerpensioen blijft behouden. Ben je nog in dienst, of uit dienst, maar nog niet met pensioen? Bij jouw overlijden voor de pensioendatum komt dit partnerpensioen bovenop het hierboven aangegeven partnerpensioen voor je partner. Ben je voor 1 januari 2026 al met pensioen gegaan? In dat geval ontvangt je partner bij jouw overlijden het partnerpensioen dat in de oude regeling gold. Let wel, dit is omgezet naar een variabel pensioen dat elk jaar kan stijgen of dalen. Net als alle andere uitkeringen. |
Tijdelijk aanvullend partnerpensioen
Als je overlijdt terwijl je in dienst bent, ontvangt je partner ook nog een tijdelijk partnerpensioen ter hoogte van € 24.341,00 bruto per jaar. Je partner ontvangt dit tijdelijk partnerpensioen totdat hij of zij de AOW-leeftijd bereikt, maar uiterlijk tot hij of zij de leeftijd van 68 jaar bereikt.
Uit dienst?
Als je uit dienst gaat, of met pensioen gaat, heeft je partner geen recht meer op tijdelijk partnerpensioen. Dit gebeurt niet meteen. Bij uitdiensttreding wordt dit tijdelijk partnerpensioen gedurende 6 maanden voortgezet, als je aan de voorwaarden hiervoor voldoet. Of langer als je een uitkering voor werkloosheid of vanuit de ziektewet ontvangt. Na die tijd kun je het vrijwillig zelf voortzetten. Je betaalt de premie dan vanuit je persoonlijk pensioenvermogen. Dit werkt net zoals het verzekeren van het partnerpensioen.
De hoogte van het verwachte tijdelijke partnerpensioen staat vermeld op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op mijnpensioenoverzicht.nl.
De precieze regels over de inhoud van je pensioenregeling vind je in het pensioenreglement.
Mogelijke ANW-uitkering
Als je overlijdt, heeft je partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de ANW-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Je partner moet dan of een of meer minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kun je vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) svb.nl.
Wezenpensioen
Er is een wezenpensioen verzekerd voor elk van je kinderen als je overlijdt als je in dienst bent. Het wezenpensioen wordt aan je kinderen uitbetaald todat ze 25 jaar worden en bedraagt per kind 20% van je pensioengevend salaris.
Uit dienst?
Als je overlijdt als je uit dienst bent, maar nog niet met pensioen bent, dan ben je niet meer verzekerd voor het wezenpensioen. Dit gebeurt niet meteen. De eerste 6 maanden nadat je uit dienst gaat, blijf je nog verzekerd als je aan de voorwaarden voldoet. Of langer als je een uitkering voor werkloosheid of vanuit de ziektewet ontvangt. Na die tijd heb je de keuze om zelf de verzekering van het wezenpensioen vrijwillig voort te zetten. Hiervoor betaal je zelf de premie vanuit je persoonlijke pensioenvermogen. Lees hier meer over het voorzetten van het wezenpensioen of bel met de pensioenadministratie Appel Pensioenuitvoering 085-2104133.
Als je overlijdt nadat je met pensioen bent, dan is er geen wezenpensioen meer verzekerd.
| Heb je deelgenomen aan de pensioenregeling die tot en met 31 december 2025 gold? In dat geval heb je in de oude pensioenregeling een wezenpensioen opgebouwd. Dit wezenpensioen blijft behouden. Ben je nog in dienst, of uit dienst, maar nog niet met pensioen? Bij jouw overlijden voor de pensioendatum wordt het wezenpensioen dat je in de oude regeling opbouwde uitgekeerd aan al je kinderen tot 25 jaar. Dit wezenpensioen komt bovenop het hierboven aangegeven wezenpensioen. Ben je voor 1 januari 2026 al met pensioen gegaan en overlijd je na 1 januari 2026? In dat geval ontvangen je kinderen tot 25 jaar het wezenpensioen dat tot en met 31 december 2025 is opgebouwd. Let wel, dit is omgezet naar een variabel pensioen dat elk jaar kan stijgen of dalen. Net als alle andere uitkeringen. |
De hoogte van het wezenpensioen staat vermeld op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO). De precieze regels over het wezenpensioen vind je in het pensioenreglement.
Arbeidsongeschikt
Als je door ziekte twee jaar niet meer (volledig) kunt werken, heb je recht op een WIA uitkering. Om in aanmerking te komen voor een WIA-uitkering moet je voor minstens 35% arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie over de WIA vind je op de website rijksoverheid.nl.
Voorzetting van pensioenopbouw tijdens arbeidsongeschiktheid
Ben je volledig arbeidsongeschikt, dan wordt er nog steeds premie ingelegd voor je pensioen. Je hoeft hier zelf niet voor te betalen. Ben je 35% of meer arbeidsongeschikt, dan ben je voor een deel vrijgesteld voor de betaling van de pensioenpremie. De premievrijstelling duurt tot maximaal de AOW-leeftijd, of totdat je weer arbeidsgeschikt bent.
Arbeidsongeschiktheidspensioen
Je hebt recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen één jaar nadat het recht op je WIA-uitkering is ingegaan en als je pensioensalaris hoger is dan de WIA-loongrens. Die grens is voor 2026 gesteld op € 79.409 per jaar. Het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt uitbetaald tot het moment waarop je je AOW-leeftijd bereikt. Deze is, afhankelijk van je geboortejaar, maximaal 67 jaar en 3 maanden. De uitkering stopt eerder als je weer volledig arbeidsgeschikt wordt of overlijdt.
De hoogte van het arbeidsongeschiktheidspensioen is afhankelijk van de mate van je arbeidsongeschiktheid. Hieronder vind je een tabel waarin dit is aangegeven. Het uitkeringsbedrag is gebaseerd op het uitkeringspercentage vermenigvuldigd met het positieve verschil tussen je pensioensalaris en de WIA-loongrens. Als je minder dan de volledige arbeidstijd werkzaam bent op het moment dat je arbeidsongeschikt wordt, wordt het hiervoor vastgestelde pensioenbedrag vermenigvuldigd met je deeltijdfactor.
| Bij een mate van arbeidsongeschiktheid van | bedraagt het uitkeringspercentage |
|---|---|
| 0 tot 35% | 0% |
| 35 tot 45% | 28% |
| 45 tot 55% | 35% |
| 55 tot 65% | 42% |
| 65 tot 80% | 50,75% |
| 80% of meer | 70% |
Als het percentage van je arbeidsongeschiktheid wijzigt, verandert ook de uitkering van je arbeidsongeschiktheidspensioen.
Alle details over arbeidsongeschiktheid en pensioen vind je in het pensioenreglement.

Reglement
Wil je precies weten wat onze pensioenregeling je biedt? Klik door naar het pensioenreglement. Je kunt het reglement ook bij ons opvragen.
Werk je niet meer bij ons en ben je nog niet met pensioen? In dat geval krijgen je partner en kinderen geen (tijdelijk) partner- en wezenpensioen meer als je komt te overlijden. Tenzij je overlijdt binnen 6 maanden nadat je uit dienst bent en je aan de voorwaarden voldoet of gedurende de periode dat je een werkloosheidsuitkering of arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt. Zo lang loopt de verzekering voor het (tijdelijk) partner- en wezenpensioen nog door nadat je uit dienst bent gegaan. Na die periode kun je het (tijdelijk) partner- en het wezenpensioen zelf vrijwillig voortzetten. Lees hier meer over de mogelijkheid om een (tijdelijk) partner- en wezenpensioen te verzekeren als je uit dienst bent gegaan.

Hoe bouw je pensioen op?
Het pensioenstelsel in Nederland bestaat uit drie onderdelen. De hoogte van je pensioeninkomen hangt af van wat je in elk onderdeel hebt opgebouwd.
A. De Algemene Ouderdomswet (AOW)
De AOW is het wettelijke pensioen van de overheid, voor iedereen die tussen de leeftijd van 15-17 jaar (afhankelijk van de geboortedatum) en de ingangsleeftijd van de AOW in Nederland heeft gewoond of gewerkt. De AOW-ingangsleeftijd is niet meer voor iedereen gelijk. Kijk op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) svb.nl voor je AOW-leeftijd. De AOW-bedragen worden jaarlijks aangepast. Kijk voor de bedragen en voor verdere informatie over de AOW op svb.nl. Let op: heb je niet altijd in Nederland gewoond of gewerkt? Dan kan je AOW lager uitvallen.
B. Het pensioen dat je via je werk opbouwt
Hoeveel pensioenvermogen je opbouwt, vind je terug op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Het UPO ontvang je één keer per jaar zolang je een pensioenvermogen opbouwt bij Pensioenfonds Cosun. Op het UPO staat op basis van het persoonlijk pensioenvermogen een inschatting van het verwachte ouderdomspensioen dat daarvoor aangekocht kan worden als je de 68-jarige leeftijd bereikt. Op het UPO vind je ook gegevens van het (tijdelijk) partner- en wezenpensioen. Dat is pensioen voor je partner en kinderen als je overlijdt. Daarnaast vind je er gegevens over premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en arbeidsongeschiktheidpensioen.
Kijk ook op mijnpensioenoverzicht.nl. Daar vind je een overzicht van al het pensioen dat je hebt opgebouwd in de banen die je hebt gehad. Ook je AOW staat in het totaal overzicht opgenomen.
C. De pensioenaanvulling waar je zelf voor zorgt
Je kunt zelf een aanvulling regelen op je AOW en het pensioen dat je opbouwt via Cosun. Dat kan bijvoorbeeld via banksparen of door een verzekering – zoals een lijfrente – af te sluiten.
Je bouwt pensioen op in een solidaire premieregeling
Elk jaar leg je premie in voor je pensioen. Dit doe je over je brutoloon dat je in dat jaar hebt verdiend. Dat heet het pensioensalaris. Dit is het jaarinkomen dat je in het voorafgaande kalenderjaar hebt verdiend plus de (eventuele) salarisgarantie, de vakantietoeslag, de eindejaarsuitkering, de toeslag voor het werken in ploegen, de afbouwregeling ploegentoeslag, de toeslag voor werk onder zeer bezwaarlijke omstandigheden en de vaste toeslag. Als je meer verdient dan € 137.800 per jaar (niveau 2026), telt je inkomen boven die grens niet mee voor je pensioenopbouw.
Voor meer informatie en een rekenvoorbeeld, kijk onder ouderdomspensioen.
Premie-inleg
Je legt niet over je hele pensioensalaris premie in. Pensioenfonds Cosun houdt namelijk al rekening met de AOW, die je van de overheid ontvangt als je de AOW-leeftijd bereikt. Het deel van je salaris waarover je geen pensioen opbouwt, heet franchise. Die franchise wordt elk jaar vastgesteld. Voor 2026 is deze € 19.217. Het bedrag dat overblijft als we de franchise aftrekken van je pensioensalaris noemen we de pensioengrondslag. Over die pensioengrondslag word er voor jou jaarlijks 30% premie ingelegd. De premie wordt samen door jou en door je werkgever ingelegd in je persoonlijk pensioenvermogen. Dat geld beleggen we. Als het goed gaat met de economie en de beleggingen gaat je pensioenvermogen omhoog. Gaat het slechter? Dan kan je pensioenvermogen ook omlaag gaan.
Hoe hoog je pensioen wordt, dat weten we nog niet precies. Hoe jonger je bent, hoe meer je pensioenvermogen meebeweegt omdat we het rendement anders verdelen tussen jongeren en ouderen. Jongeren hebben immers meer tijd om een pensioenvermogen op te bouwen.
Hoe ouder je bent, des te minder je pensioenvermogen meebeweegt. We beleggen dan met minder risico. Het risico wordt wordt geleidelijk afgebouwd naarmate je dichter bij de pensioendatum komt.
Jaarlijks ontvang je van het pensioenfonds een UPO waarop je een inschatting van je pensioen op 68 jarige leeftijd in drie scenario’s kunt zien; je verwachte pensioen, maar ook een inschatting van je pensioen als het heel erg tegenzit of heel erg meezit.
Vanaf je pensioendatum ontvang je je pensioen zo lang je leeft.
Voor meer informatie, kijk onder ouderdomspensioen.
Jij en je werkgever betalen beiden voor je pensioen
Jij en je werkgever betalen iedere maand pensioenpremie. Het totale budget dat de werkgever beschikbaar stelt voor pensioen bedraagt 28% van de totale loonsom. In de CAO is vastgelegd dat de werkgever 25% hiervan betaalt en de werknemers 3%.
Van dit budget wordt de premie-inleg voor alle pensioenvermogens betaald. De 28% van de loonsom is omgerekend gelijk aan 36,96% van de pensioengrondslag. 30% van de pensioengrondslag wordt in de persoonlijke pensioenvermogens ingelegd en wordt belegd. 6,96% is nodig om verzekeringen voor arbeidsongeschiktheid of bij overlijden voor de pensioendatum van te financieren en de uitvoeringskosten van te betalen. Je werkgever betaalt elke maand de totale pensioenpremie aan het pensioenfonds. Je werkgever houdt maandelijks jouw deel van de pensioenpremie in op je brutosalaris. Het exacte bedrag staat op je salarisstrook. Voor 2026 betaal je 3,96% van de pensioengrondslag. De premie die de werkgever betaalt, staat niet op je loonstrook. Dit is 33% van de pensioengrondslag.
Meer informatie over de financiering van de pensioenregeling vind je in bijlage 5 van het pensioenreglement.
Keuzemogelijkheden
De pensioenregeling van Pensioenfonds Cosun biedt je verschillende keuzemogelijkheden zoals deeltijdpensioen of eerder of later met pensioen gaan. Je kunt een deel van je partnerpensioen omwisselen voor een hoger pensioen voor jezelf. Verder kun je bij vervroegde pensionering een hoger ouderdomspensioen krijgen gedurende vijf of tien jaar en vervolgens levenslang een lagere uitkering. Je vindt deze mogelijkheden onder Welke keuzes heb je zelf in laag 1 van het Pensioen 1-2-3. Vervolgens kun je per onderwerp doorklikken naar meer informatie over deze keuzemogelijkheden.
Daarnaast zijn er gebeurtenissen in je leven en loopbaan die van invloed zijn op je pensioen. Daarbij heb je soms ook keuzes te maken. Bijvoorbeeld als je uit dienst gaat. Neem je dan je pensioenvermogen mee naar de pensioenuitvoerder van je nieuwe werkgever of laat je het staan bij Pensioenfonds Cosun?
Waardeoverdracht
Als je van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kun je ervoor kiezen om je opgebouwde pensioenvermogen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat vraag je aan bij je nieuwe pensioenuitvoerder. Laat je hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van het beleggingsbeleid van Pensioenfonds Cosun en die van je mogelijke nieuwe pensioenuitvoerder, evenals van eventuele keuzemogelijkheden binnen de pensioenregelingen.
Als je besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft je pensioenvermogen achter bij Pensioenfonds Cosun en wordt het vanaf het moment dat je met pensioen gaat aan je uitbetaald. Je betaalt geen premie meer. Het pensioenvermogen blijft belegd bij Pensioenfonds Cosun. Daarnaast bouw je mogelijk een pensioenvermogen op in de regeling van je nieuwe werkgever. Is de inschatting van je verwachte ouderdomspensioen kleiner dan € 632,63 (2026) per jaar als je uit dienst gaat? Dan kunnen wij je pensioenvermogen automatisch overdragen naar je nieuwe werkgever.
Meer informatie vind je in het pensioenreglement.
De Pensioenvergelijker
De Pensioenvergelijker is een instrument om het mogelijk te maken de pensioenregeling van Cosun te vergelijken met andere pensioenregelingen. Je ziet bijvoorbeeld wat je wel en wat je niet krijgt. Bekijk wat de verschillen zijn en wat ze voor jou betekenen. Dan kun je er voor kiezen om eventueel zelf iets te regelen. Inzicht in de verschillen is ook één van de stappen bij de keuze over waardeoverdracht: neem je je pensioenvermogen mee naar je nieuwe pensioenuitvoerder of niet? Om de vergelijking te kunnen maken heb je het Pensioen 1-2-3 en de Pensioenvergelijker van je oude en je nieuwe werkgever nodig.
Klik hier om de pensioenvergelijker van Pensioenfonds Cosun te downloaden.
Partnerpensioen ruilen voor meer ouderdomspensioen
Als je met pensioen gaat, wordt van je persoonlijk pensioenvermogen standaard een pensioen voor jezelf en een pensioen voor je partner aangekocht in de verhouding 100:70. Op het moment dat je pensioen ingaat heb je eenmalig de keuze om aan te geven dat je graag een hoger ouderdomspensioen wilt hebben. Jouw pensioen wordt dan hoger en het pensioen voor je partner als jij overlijdt wordt lager. Je partner moet hier wel mee instemmen en tekenen voor akkoord.
Als je eerder gescheiden bent, kun je geen uitruil aanvragen voor het deel van het partnerpensioen waaraan je ex-partner rechten ontleent.
Let op: Deze uitruil moet je minstens zes maanden voordat je met pensioen gaat aanvragen. Je keuze om wel of niet uit te ruilen kun je maximaal één keer herzien, zonder dat hiervoor kosten in rekening worden gebracht. Je keuze dient uiterlijk drie maanden voor de gewenste pensioendatum definitief gemaakt te zijn en kan daarna niet meer ongedaan worden gemaakt. Meer informatie over het ruilen van pensioen is te vinden in het pensioenreglement.
Deeltijdpensioen
Als je eerder dan je 68ste jaar meer vrije tijd wilt, maar nog niet volledig wilt stoppen met werken, dan is deeltijdpensioen een interessante mogelijkheid. Je gaat dan voor een deel van je werktijd met pensioen. Voor het andere deel blijf je werken en voor dat deel blijf je je persoonlijk pensioenvermogen verder opbouwen. Je verwachte pensioen wordt hierdoor iets lager omdat je een deel eerder opneemt en je premie-inleg gedeeltelijk stopt. Je kunt vanaf 10 jaar voor jouw AOW-leeftijd kiezen voor deeltijdpensioen. Het deeltijdpensioenpercentage moet ten minste 20% zijn. Je kunt je deeltijdpensioenpercentage daarna nog enkele keren verhogen met stappen van minstens 10%. Een deeltijdpensioenpercentage van 80% is het maximum. Daarna moet je pensioen volledig ingaan. Je deeltijdpensioenpercentage verminderen mag niet.
Let op: Een eenmaal gemaakte keuze is onherroepelijk. Je dient deeltijdpensioen zes maanden van tevoren aan te vragen. Je werkgever moet het eens zijn met je keuze voor deeltijdpensioen aangezien deze keuze grote invloed kan hebben op het verder verantwoord kunnen uitoefenen van je functie.
Pensioen vervroegen
Je kunt er voor kiezen om je pensioen eerder in te laten gaan dan op je 68ste jaar. Dit kan vanaf 10 jaar voor de voor jou geldende AOW-leeftijd. Dat betekent wel dat je pensioen lager wordt. Hoe eerder je stopt, hoe lager het pensioen wordt. Eerder met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. Je moet er ook rekening mee houden dat de AOW waarschijnlijk later ingaat dan je vervroegde ouderdomspensioen. Neem voor meer informatie en berekeningen voor jouw situatie contact op met Appel Pensioenuitvoering, 085-2104133. Kijk op svb.nl om te zien wanneer voor jou de AOW ingaat.
Let op: Als je eerder met pensioen wilt gaan, moet je dat zes maanden voor de gewenste pensioendatum schriftelijk aan het pensioenfonds kenbaar maken. De keuze die je dan maakt, is tot drie maanden voor aanvang van het pensioen te herzien. Daarna is de keuze onherroepelijk.
Pensioen uitstellen
In plaats van met pensioen te gaan op je 68ste jaar kun je er voor kiezen om langer door te werken. Dat kan tot maximaal 5 jaar nadat je de voor jou geldende AOW-leeftijd hebt bereikt. Je werkgever moet daar dan wel toestemming voor verlenen. Uitstel van je pensionering moet je uiterlijk zes maanden voor je 68ste jaar aanvragen.
Meer informatie over de keuzemogelijkheden vind je in het pensioenreglement.
Beginnen met een hoger pensioen
Je kan kiezen om te beginnen met een hogere pensioenuitkering voor een periode van vijf of tien jaar en daarna levenslang een lagere pensioenuitkering. Door de hogere uitkering aan het begin kun je het gemis aan AOW tot je AOW-datum voor een deel compenseren, of je kunt in de eerste vijf of tien jaar genieten van een hoger pensioen.
Bij deze keuze mag de lagere pensioenuitkering nooit minder zijn dan 75% van de hogere uitkering. Je pensioen wordt na de eerste hoge periode een stuk lager.
Let op: Je moet deze keuze voor een variabel pensioen minstens zes maanden voor de datum waarop je met pensioen wilt, aanvragen. De keuze die je dan maakt, is tot drie maanden voor aanvang van het pensioen te herzien. Daarna is de keuze onherroepelijk.
Meer informatie vind je in het pensioenreglement.
Welke risico’s zijn er?
Hoe hoog je pensioen straks wordt, weten we nog niet precies. De bedragen op je pensioenoverzicht zijn schattingen. Voor jonge deelnemers zijn de inschattingen meer onzeker dan voor oudere deelnemers. Hoe jonger je bent, hoe meer onzeker de beleggingsresultaten en dus de inschattingen zijn en hoe minder zekerheid je hebt over de hoogte van je uitkering als je met pensioen gaat. We bouwen het risico geleidelijk af naarmate je dichter bij de pensioendatum komt. Zo wordt de inschatting van je pensioen minder onzeker.
Beleggingsresultaten kunnen dus tegenvallen. Daarom zorgt het pensioenfonds ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken. Een pensioenuitvoerder kan beleggingsrisico’s ook afdekken. Daar zijn wel kosten aan verbonden. Meer informatie over het beleggingsbeleid van het pensioenfonds kun je vinden in de jaarverslagen die je kunt downloaden in laag 3 van dit Pensioen 1-2-3 en via een aparte knop onderaan de homepage.
Naast de beleggingsresultaten spelen de volgende elementen een rol:
• de rente.Met een hogere rente is er minder geld nodig om een bepaald pensioen uit te keren.;
• de levensverwachting van mensen. Mensen worden gemiddeld steeds ouder. We moeten daardoor langer pensioen uitbetalen.
Er zijn nog meer financiële en niet-financiële risico’s waar Pensioenfonds Cosun rekening mee houdt om je pensioen zo goed mogelijk te beschermen. Meer informatie over het risicomanagement van Pensioenfonds Cosun vind je in de jaarverslagen in laag 3 van dit Pensioen 1-2-3 en via een aparte knop onderaan de homepage.
Om de uitkeringen zo stabiel mogelijk te houden en de kans op verlaging van de uitkering zoveel mogelijk te voorkomen, komen alle pensioengerechtigde deelnemers uiteindelijk in één collectieve uitkeringsfase. Hierin worden risico’s zo goed mogelijk met elkaar gedeeld. Daarnaast spreidt het fonds alle positieve en negatieve beleggingsresultaten in de uitkeringsfase over een periode van 3 jaar. De solidariteitsreserve zorgt ervoor dat de je uitkering zo stabiel mogelijk blijft. Lees hier meer over het begrip solidariteitsreserve.

Uitvoeringskosten
Het pensioenfonds maakt verschillende kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor de administratie. Daar vallen de kosten voor de uitbetaling van de pensioenen en de incasso van de premies onder. Ook maken wij kosten voor de communicatie, bijvoorbeeld voor het maken en verzenden van het jaarlijkse Uniform Pensioenoverzicht (UPO), het uitgeven van edities van het Pensioenbulletin en het bijhouden van de website. Deze kosten worden betaald uit een deel van de ingelegde premies.
Daarnaast zijn er kosten om het vermogen te beheren. Wij betalen bijvoorbeeld de partijen aan wie wij vragen om het vermogen te beleggen. Ook maken wij transactiekosten. Dit zijn de kosten die de beurs in rekening brengt bij de aankoop of verkoop van bijvoorbeeld aandelen of obligaties. Deze kosten worden betaald uit de behaalde rendementen.
Ten slotte maken wij kosten voor adviseurs, controleurs en wettelijke toezichthouders. Deze kosten worden eveneens betaald uit een deel van de ingelegde premies.
In totaal is er jaarlijks 36,96% van je pensioengrondslag beschikbaar voor jouw pensioen. Hiervan wordt 6,96% besteedt aan verzekeringen en kosten. 30% wordt ingelegd in je persoonlijk pensioenvermogen. Dat geld wordt belegd voor je pensioen.
In de jaarverslagen vind je informatie over de financiële gang van zaken en dus ook de kosten van het fonds. De jaarverslagen vind je in laag 3 van dit Pensioen 1-2-3 en via een aparte knop op de homepage van deze website.

Als je verandert van baan
Als je uit dienst gaat, dan blijft je pensioenvermogen achter bij het fonds en wordt het pensioen vanaf je 68ste jaar aan je uitbetaald. Je betaalt geen premie meer aan het fonds. Het pensioenvermogen blijft belegd bij Pensioenfonds Cosun. Daarnaast bouw je verder in de regeling van je nieuwe werkgever. Is je verwachte ouderdomspensioen kleiner dan € 632,63 (2026) per jaar als je uit dienst gaat? Dan kunnen wij je pensioen automatisch overdragen naar je nieuwe werkgever.
Je kunt ervoor kiezen om je pensioenvermogen mee te nemen naar de pensioenregeling van je nieuwe werkgever. We noemen dat waardeoverdracht. Waardeoverdracht vraag je aan bij je nieuwe pensioenuitvoerder. Laat je hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van het beleggingsbeleid van Pensioenfonds Cosun en van je mogelijke nieuwe pensioenuitvoerder, evenals van de eventuele keuzes binnen de pensioenregelingen.
Als je besluit tot waardeoverdracht, geef dit dan aan bij je nieuwe pensioenuitvoerder.
Meer informatie over waardeoverdracht vind je in het pensioenreglement.
Als je arbeidsongeschikt wordt
Als je door ziekte twee jaar niet meer (volledig) kunt werken, heb je mogelijk recht op een WIA uitkering. Om in aanmerking te komen voor een WIA-uitkering moet je voor minstens 35% arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie over de WIA vind je op de website rijksoverheid.nl.
Voorzetting van pensioenopbouw tijdens arbeidsongeschiktheid
Ben je volledig arbeidsongeschikt, dan wordt er nog steeds premie ingelegd voor je pensioen. Je hoeft hier zelf niet voor te betalen. Ben je 35% of meer arbeidsongeschikt, dan ben je voor een deel vrijgesteld voor de betaling van de pensioenpremie. De premievrijstelling duurt tot maximaal de AOW-leeftijd, of totdat je weer arbeidsgeschikt bent.
Arbeidsongeschiktheidspensioen
Je hebt recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen één jaar nadat het recht op je WIA-uitkering is ingegaan en als je pensioensalaris hoger is dan de WIA-loongrens. Die grens is voor 2026 gesteld op € 79.409 per jaar. Het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt uitbetaald tot uiterlijk op de pensioendatum of tot eerdere deeltijdpensionering. De uitkering stopt eerder als je weer volledig arbeidsgeschikt zou worden of zou overlijden.
De hoogte van het arbeidsongeschiktheidspensioen is afhankelijk van de mate van je arbeidsongeschiktheid. Hieronder vind je een tabel waarin dit is aangegeven. Het uitkeringsbedrag is gebaseerd op het uitkeringspercentage vermenigvuldigd met het positieve verschil tussen je pensioensalaris en de WIA-loongrens. Indien je minder dan de volledige arbeidstijd werkzaam was toen je arbeidsongeschikt werd, wordt het hiervoor vastgestelde pensioenbedrag vermenigvuldigd met je deeltijdfactor.
| Bij een mate van arbeidsongeschiktheid van | bedraagt het uitkeringspercentage |
|---|---|
| 0 tot 35% | 0% |
| 35 tot 45% | 28% |
| 45 tot 55% | 35% |
| 55 tot 65% | 42% |
| 65 tot 80% | 50,75% |
| 80% of meer | 70% |
Als het percentage van je arbeidsongeschiktheid wijzigt, verandert ook de uitkering van je arbeidsongeschiktheidspensioen.
Het is belangrijk dat je de gevolgen van je arbeidsongeschiktheid voor je pensioen in kaart brengt.
Alle details over arbeidsongeschiktheid en pensioen vind je in het pensioenreglement.
Als je gaat trouwen of samenwonen
Je pensioenregeling voorziet in een partnerpensioen als je overlijdt terwijl je in dienst bent, of als je met pensioen gaat. Je leest er meer over bij partnerpensioen.
Het is belangrijk dat je je partner aanmeldt bij het pensioenfonds als je gaat samenwonen. Bel met 085-2104133 of mail naar pfcosun@appelpensioen.nl.
Trouwen of geregistreerd partnerschap
Alleen de echtgeno(o)t(e) of wettelijk geregistreerde partner maakt zonder meer aanspraak op een partnerpensioen. Trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan is voor je pensioenregeling hetzelfde. Als je gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaat, hoef je het pensioenfonds niet te informeren. We krijgen daar rechtstreeks bericht van via de Basis Registratie Personen (BRP).
Samenwonen
Als je samenwoont, zonder te trouwen of een geregistreerd partnerschap aan te gaan, kan je partner ook aanspraak maken op een partnerpensioen. Hiervoor moet je partner wel aangemeld worden bij het pensioenfonds. Je kunt dit doen door het overleggen van een notariële samenlevingsovereenkomst of door het overleggen van samenlevingsverklaring. Je kunt deze opvragen bij pfcosun@appelpensioen.nl.
Kijk voor meer informatie in het pensioenreglement.
Als je uit elkaar gaat
Wanneer jij en je partner besluiten uit elkaar te gaan, is het belangrijk om ook naar je pensioen te kijken. Een scheiding kan namelijk grote gevolgen hebben voor je pensioen. Neem voor meer informatie contact op met Appel pensioenuitvoering via 085-2104133 of via pfcosun@appelpensioen.nl.
Bij huwelijk of geregistreerd partnerschap
Was je getrouwd of had je een geregistreerd partnerschap en ga je scheiden? Dan heeft je ex-partner recht op de helft van het persoonlijk pensioenvermogen dat bestemd is voor ouderdomspensioen en dat je tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap hebt opgebouwd. De verdeling van het pensioenvermogen heet ook wel verevening van het persoonlijk pensioenvermogen. Je ex-partner heeft twee jaar de tijd om een verzoek tot verevening in te dienen bij Pensioenfonds Cosun. Na deze twee jaar is het pensioenfonds niet meer verplicht om aan dit verzoek mee te werken en moet je zelf met je ex-partner de uitkering van het ouderdomspensioen regelen. Als je ex-partner het verzoek tot verevening op tijd heeft ingediend, krijgt hij of zij recht op het verevende deel van het persoonlijk pensioenvermogen en het pensioen dat daaruit voortvloeit als jij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Als je partner ook werkt en pensioen opbouwt, heb je evenzo recht op de helft van het tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap opgebouwde pensioenvermogen van je partner.
Naast de helft van het opgebouwde ouderdomspensioen, heeft je ex-partner ook recht op het persoonlijk pensioenvermogen dat voor partnerpensioen tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap is opgebouwd. Dit noemen we een bijzonder partnerpensioen. Het wordt levenslang uitgekeerd aan je ex-partner na jouw overlijden vanaf de pensioendatum.
Bij samenwonen
Woonde je samen op basis van een samenlevingsovereenkomst? Dan heeft het einde van je relatie geen gevolgen voor je persoonlijk pensioenvermogen voor je ouderdomspensioen maar wel voor het pensioenvermogen voor het partnerpensioen. Je ex-partner heeft dan recht op het persoonlijk pensioenvermogen voor het partnerpensioen dat je gedurende je dienstverband hebt opgebouwd tijdens de periode van het begin tot het eind van je relatie voor partnerpensioen. Als je het pensioenfonds op de hoogte stelt van het eind van je relatie, zorgt het fonds ervoor dat je ex-partner een aanspraak krijgt op dit partnerpensioen. Dit noemen we een bijzonder partnerpensioen. Het wordt levenslang uitgekeerd aan je ex-partner na jouw overlijden vanaf de pensioendatum.
Jij en je ex-partner kunnen besluiten andere afspraken te maken over de verdeling van het pensioen. Die afspraken dienen dan te worden vastgelegd in een scheidingsconvenant en aan de pensioenadministratie van Pensioenfonds Cosun te worden overlegd.
Alle regels over pensioen en scheiding vind je in het pensioenreglement.
Als je verhuist
Binnen Nederland
Als je verhuist binnen Nederland krijgen wij in principe je adreswijziging door vanuit de Basis Registratie Personen (BRP). Het is echter wel raadzaam je adreswijziging aan ons door te geven. Let op, je moet een adreswijziging wel altijd doorgeven aan je werkgever.
Buiten Nederland
Woon je in het buitenland en ga je verhuizen? Of verhuis je naar het buitenland? Geef een adreswijziging dan altijd door aan het pensioenfonds en je werkgever. Een vertrek naar het buitenland kan ook gevolgen hebben voor de hoogte van je AOW. Kijk daarvoor op svb.nl.
Als je werkloos wordt
Als je werkloos wordt, stopt de pensioenopbouw. Je houdt wel recht op je persoonlijk pensioenvermogen. De verzekering van je (tijdelijk) partner- en wezenpensioen wordt gedurende de periode dat je een werkloosheidsuitkering ontvangt of ten minste voor 6 maanden na het einde van je dienstverband voortgezet. Daarna kun je dit vrijwillig voortzetten. Lees hier meer over het voorzetten van je partnerpensioen of bel met de pensioenadministratie Appel Pensioenuitvoering 085-2104133.
Het is belangrijk dat je de gevolgen van je werkloosheid voor je pensioen voor jezelf in kaart brengt.
Als je meer of minder gaat werken
Als je fulltime werkt en je minder gaat werken, heeft dat gevolgen voor je premie-inleg en opbouw van je persoonlijk pensioenvermogen. Dat is ook het geval als je nu parttime werkt en meer uren gaat werken. Ga je bijvoorbeeld van een fulltime dienstverband naar een dienstverband van 50%, dan wordt je premie-inleg ook 50% van wat je op basis van een fulltime dienstverband zou inleggen. Werkte je eerst voor 40% en ga je later 80% werken, dan gaat de deeltijdfactor van je premie-inleg voor je pensioenopbouw dus omhoog van 40% naar 80%. Als je minder gaat werken, moet je je er dus goed van bewust zijn dat je dan minder pensioen opbouwt dan eerst.
Als je minder gaat werken in het kader van deeltijdpensioen gelden er andere regels. Ga daarvoor naar de specifieke tekst over Deeltijdpensioen.
Als je verlof opneemt
Als je vakantiedagen opneemt of korte tijd ziek bent, gaat je pensioenopbouw gewoon door. Daarnaast geldt voor een aantal verlofregelingen van je werkgever dat de pensioenopbouw gedurende een vooraf bepaalde periode wordt voortgezet. Hierbij gaat het om ouderschapsverlof en aanvullend partnerverlof. Maak je geen gebruik van deze regelingen, maar neem je voor een langere periode onbetaald verlof op voor bijvoorbeeld een sabbatical, dan gaat je pensioenopbouw niet door. Als je meer informatie over verlof en pensioenopbouw wilt, kun je contact opnemen met je HR-afdeling of Appel Pensioenuitvoering.
Bezoek eens per jaar mijnpensioenoverzicht.nl. De website mijnpensioenoverzicht.nl is een gezamenlijk initiatief van alle pensioenuitvoerders en de overheid. Op die website vind je niet alleen de meeste actuele gegevens van je pensioen bij Pensioenfonds Cosun, maar ook van je pensioenvermogens bij al je vorige werkgevers en de AOW. Je hebt daar dus je complete pensioenplaatje zowel in bruto- als in nettobedragen in één overzicht. Om te kunnen inloggen heb je een DigiD nodig. Dit is een digitale identiteitscode die je kunt aanvragen via de website digid.nl.
Het is verstandig om minstens één keer per jaar in te loggen op mijnpensioenoverzicht.nl om te zien hoe je pensioen ervoor staat. Pensioenfonds Cosun werkt elk kwartaal de gegevens die hier worden getoond bij. Voldoen de cijfers die je op mijnpensioenoverzicht.nl ziet aan je wensen en verwachtingen, of niet? In dat laatste geval kun je daar misschien zelf nog iets aan doen door bijvoorbeeld extra te sparen voor je oudedag. In de komende jaren wordt mijnpensioenoverzicht.nl uitgebreid met meer informatie over keuzes rond je pensioen. Het is dus goed als je de weg naar deze belangrijke website weet te vinden.
Keuzemogelijkheden
De pensioenregeling van Pensioenfonds Cosun biedt je verschillende keuzemogelijkheden zoals deeltijdpensioen of eerder of later met pensioen gaan. Je kunt (een deel van) je pensioen voor je partner omwisselen voor een hoger pensioen voor jezelf. Verder kun je bij (vervroegde) pensionering een hoger ouderdomspensioen krijgen gedurende vijf of tien jaar en vervolgens levenslang een lagere uitkering. Je vindt deze mogelijkheden onder Welke keuzes heb je zelf in laag 1 van het Pensioen 1-2-3. Vervolgens kun je per onderwerp doorklikken naar meer informatie over deze keuzemogelijkheden.
Daarnaast zijn er gebeurtenissen in je leven en loopbaan die van invloed zijn op je pensioen. Daarbij heb je soms ook keuzes te maken. Bijvoorbeeld als je uit dienst gaat. Neem je dan je pensioenvermogen mee naar de pensioenuitvoerder van je nieuwe werkgever of laat je het staan bij Pensioenfonds Cosun?
Als je vragen hebt
Neem contact met ons op als je vragen hebt over de inhoud van je pensioenregeling, over de keuzemogelijkheden of over jouw persoonlijke pensioensituatie.
Stichting Pensioenfonds Cosun
P/a Appel Pensioenuitvoering B.V.
Postbus 30396
1303 AJ Almere
E-mail: pfcosun@appelpensioen.nl
Telefoon: 085-2104133






















