Resultaat beleggingen 2e kwartaal 2026

In het tweede kwartaal van 2026 hebben onze beleggingen een positief rendement van 5,7% behaald. Daardoor is het persoonlijke pensioenvermogen van alle deelnemers gestegen.

In onze pensioenregeling hangt de hoogte van je pensioen mede af van de resultaten van de beleggingen. Het behaalde rendement wordt volgens vaste regels verdeeld over de pensioenvermogens van alle deelnemers. Hoeveel rendement je krijgt, hangt af van je leeftijd en of je pensioen opbouwt of al pensioen ontvangt.

Door het positieve rendement én de verandering van de rente in het tweede kwartaal is het pensioenvermogen van iedereen toegenomen.

Hoe wordt het rendement verdeeld?

Het behaalde beleggingsrendement op onze beleggingen wordt verdeeld in:

  • beschermingsrendement
  • overrendement

Uitleg / toelichting

Het beschermingsrendement zorgt voor de afdekking van risico’s, waarvan de verandering van de rente het meest risicovol is. Als de rente stijgt, kan voor elke euro pensioenvermogen meer pensioen uitgekeerd worden. Dit komt, omdat bij een hogere rente er in de toekomst, naar verwachting, meer rente ontvangen wordt die kan worden besteed aan je pensioenuitkering. Als de rente daalt, kan er minder pensioen worden uitgekeerd. Pensioen is dus goedkoper of duurder als de rente stijgt of daalt. Het effect van de rentestijging of -daling is afhankelijk van je leeftijd. Hoe ouder je bent, hoe minder groot het effect van een rentestijging of -daling is.

Het overrendement is bedoeld om je pensioenvermogen te laten stijgen. Het overrendement zorgt er, samen met de premie die jij met je werkgever inlegt, voor dat er geld is om pensioen uit te betalen. Als je al pensioen ontvangt, zorgt het overrendement ervoor dat je pensioen mogelijk verhoogd kan worden. Als het overrendement negatief is, dan wordt het pensioenvermogen lager en kan je pensioen verlaagd worden. Het verhogen of verlagen van ingegane pensioenen doen wij 1 keer per jaar in juli (voor het eerst per 1 juli 2027). Daarbij kijken wij naar het behaalde overrendement in het voorgaande jaar (dus het behaalde overrendement in 2026 zorgt voor de verhoging of verlaging van het pensioen per 1 juli 2027).

Niet iedereen ontvangt zowel beschermingsrendement als overrendement. Als je jonger dan 50 jaar bent, wordt de verandering van de rente nog niet opgevangen. Je ontvangt geen beschermingsrendement. Een uitzondering geldt voor wezen of nabestaanden die wél al een pensioen ontvangen. Zij worden, net als iedereen die al een ingegaan pensioen heeft, volledig beschermd tegen de verandering van de rente.

Vanaf 50 jaar wordt het beschermingsrendement stapsgewijs per jaar opgebouwd. De mate waarin de verandering van de rente wordt opvangen wordt dan steeds groter. Als je met pensioen gaat, maar uiterlijk vanaf 68 jaar, wordt de verandering van de rente volledig opgevangen.

Van het totale beleggingsrendement wordt eerst het beschermingsrendement (totaal voor iedereen) afgetrokken. De rest is het overrendement. Als dit overrendement positief is, wordt hiervan 5% gebruikt als bijdrage aan de solidariteitsreserve. Met deze reserve vullen we de uitkeringen aan als er in een jaar sprake is van een daling. Dit kan alleen als er voldoende vermogen in deze reserve zit. Is dat niet zo, dan dalen de uitkeringen alsnog. Jongeren (jonger dan 55 jaar) ontvangen meer overrendement dan ouderen.

Waarom? Jongeren hebben meer tijd tot hun pensioen. Zij kunnen zo meer profiteren van goede beleggingsresultaten. Bij negatieve beleggingsresultaten is er meer tijd om deze weer goed te maken. Oudere deelnemers zitten dichter bij hun pensioen. Voor hen is het belangrijker dat hun pensioen minder schommelt door veranderingen in de rente.

Resultaat in het tweede kwartaal van 2026

In het tweede kwartaal, is het behaalde rendement van 5,7% als volgt verdeeld over de leeftijden:

Rendementstoedeling per leeftijd Q2.2026

In het tweede kwartaal is de rente gedaald. Daardoor was het beschermingsrendement positief. Ook het overrendement was voor alle leeftijden positief. In het tweede kwartaal is het persoonlijk pensioenvermogen van iedereen dus gestegen. Het persoonlijk pensioenvermogen van een deelnemer jonger dan 50 jaar is met 8,2% gestegen, voor een pensioengerechtigde van 68 jaar met 4,2%.

Wat betekent dit als je al pensioen ontvangt?

Door het beschermingsrendement heeft de rentedaling geen negatief effect gehad op de hoogte van je pensioen.

Het positieve overrendement wordt toegevoegd aan het zogenaamde spreidingsvermogen. Dit vermogen gebruiken we om toekomstige verhogingen of verlagingen van pensioenen geleidelijk door te voeren.

Aan het einde van het eerste kwartaal was het totale overrendement nog -0,60%. Door het positieve resultaat in het tweede kwartaal is het spreidingsvermogen gestegen naar +2,01%.

Omdat resultaten over drie jaar worden gespreid, zou dit op dit moment kunnen leiden tot een verhoging van de pensioenuitkeringen met ongeveer 0,67%. Dit is echter slechts een tussenstand. Het uiteindelijke resultaat over heel 2026 bepaalt of de pensioenen per 1 juli 2027 worden verhoogd of verlaagd.

Verloop spreidingsvermogen 2026

Uitleg / toelichting

Prijs van pensioen

Hoeveel vermogen je nodig hebt om € 1,- pensioen (levenslang) te krijgen op 68 jaar, noemen we de ‘prijs van pensioen’. Hoeveel pensioen je later ontvangt uit je pensioenvermogen is afhankelijk van je leeftijd en van de rente.

Voorbeeld: voor een 30-jarige kost € 1,- levenslang pensioen (met € 0,70 partnerpensioen) per 31 maart 2026 € 7,29 en per 30 juni 2026 € 6,88. De prijs van pensioen is dus gedaald met 5,61%.

Invloed van rente tijdens opbouw: Als je jong bent, ontvang je je pensioen pas over lange tijd. Het vermogen dat je nu hebt, kan dus over een lange periode door rente (en beleggingen) aangroeien. Daarom kun je voor € 100,- vermogen nu als je jonger bent meer (levenslang) pensioen krijgen als je 68 jaar bent, dan als je ouder bent.

Invloed van rente tijdens uitkeringsperiode: Daarnaast kun je voor € 100,- vermogen op 68 jaar, bij een hoge rente meer levenslang pensioen krijgen dan bij een lage rente. De rente zorgt er namelijk voor dat in de jaren dat jij je pensioen ontvangt, je vermogen nog aangroeit. Hoe hoger de rente, hoe harder het vermogen aangroeit en dus hoe hoger je pensioen op 68 jaar is.

In het tweede kwartaal is voor alle leeftijden de prijs van het pensioen minder hard gestegen (en voor veel leeftijden zelfs gedaald) dan de stijging van het pensioenvermogen door de behaalde beleggingsrendementen. Ten opzichte van het eind van het eerste kwartaal (Q2) is het pensioen dat van het pensioenvermogen betaald kan worden dus voor iedereen gestegen. Dit is in onderstaande tabel voor een aantal leeftijden inzichtelijk gemaakt. Dat de verwachte pensioenen zijn gestegen kun je zien aan de positieve percentages op de regel ‘wijziging pensioen’.

Q2.2026 20 jaar 30 jaar 40 jaar 50 jaar 55 jaar 60 jaar 65 jaar
Overrendement 7,47% 7,47% 7,47% 7,47% 7,36% 5,44% 3,72%
Beschermingsrendement 0,67% 0,67% 0,67% 0,70% 0,67% 1,02% 1,34%
Totaal rendement 8,18% 8,18% 8,18% 8,21% 8,08% 6,52% 5,11%
Prijs van pensioen -7,42% -5,61% -3,66% -1,42% -0,35% 0,42% 0,74%
Wijziging pensioen 16,85% 14,60% 12,29% 9,77% 8,46% 6,07% 4,34%

Uitleg / toelichting

Wijziging pensioen

We tonen hier de samenhang tussen de ontwikkeling van je vermogen en je pensioen op 68 jaar.

Voorbeeld: Voor een 30-jarige, is het persoonlijk pensioenvermogen, alleen op basis van rendementen (dus zonder premieinleg) gestegen met 8,18%. Dat betekent dat een pensioenvermogen aan het begin van het tweede kwartaal van € 10.000,- aan het eind van het kwartaal € 10.818,- bedraagt. De prijs van pensioen is gedaald met 5,61% (zie ook uitleg bij ‘prijs van pensioen’). Voor een 30-jarige kon aan het begin van het tweede kwartaal met het vermogen van € 10.000,- een levenslang pensioen (ingaand op 68 jaar) van € 1.371,74 worden aangekocht; aan het eind van het tweede kwartaal kon met het vermogen van €  10.818,- een levenslang pensioen van € 1.572,38 (ingaand op 68 jaar) worden aangekocht. De wijziging van het pensioen is derhalve 14,60%

Let op: we bepalen je pensioen definitief als je met pensioen gaat. Voordat je met pensioen gaat, wordt er geen pensioen aangekocht. Het bovenstaande voorbeeld dient ter beeldvorming.

Ten opzichte van het begin van het jaar is de prijs van het pensioen voor iedereen jonger dan 55 jaar harder gestegen dan het pensioenvermogen. Daardoor is het pensioen dat van het pensioenvermogen betaald kan worden ten opzichte van 1 januari 2026 voor die groep (gewezen) deelnemers dus gedaald. Voor de overige leeftijden is het pensioen dat van het pensioenvermogen betaald kan worden wel gestegen.

In onderstaande tabel zie je de effecten vanaf 1 januari 2026 voor een aantal leeftijden uitgewerkt.

(1.1.2026 t/m 30.6.2026 20 jaar 30 jaar 40 jaar 50 jaar 55 jaar 60 jaar 65 jaar
Overrendement 5,66% 5,66% 5,66% 5,66% 5,55% 4,10% 2,84%
Beschermingsrendement 1,21% 1,21% 1,21% 1,24% 2,62% 3,01% 2,63%
Totaal rendement 6,92% 6,92% 6,92% 6,96% 8,27% 7,17% 5,46%
Prijs van pensioen 31,82% 22,60% 14,34% 7,82% 5,49% 3,66% 2,11%
Wijziging pensioen -18,89% -12,79% -6,49% -0,80% 2,64% 3,38% 3,28%

Gepubliceerd op 27 augustus 2026