De nieuwe pensioenregeling is op 1 januari 2026 ingegaan. Alle ingegane en nog niet ingegane pensioenen zijn overgegaan naar de nieuwe pensioenregeling. Iedere deelnemer heeft ten minste 100% van de waarde van de pensioenen mee naar de nieuwe regeling meegekregen.
Om de nieuwe pensioenregeling goed te laten werken is er 2% van de dekkingsgraad gereserveerd voor het stichtingsvermogen. Dit is wettelijk verplicht. Met het stichtingsvermogen worden onder andere de operationele kosten van het pensioenfonds betaald.
Ook is er bij aanvang van de nieuwe pensioenregeling 5% gereserveerd voor de solidariteitsreserve. Met deze reserve worden de ingegane pensioenen zo stabiel mogelijk gehouden.
Op 1 januari 2026 was de dekkingsgraad hoger dan 104%. Deze was namelijk 129,7%. Het meerdere boven 104% is verdeeld over alle deelnemers. Sociale partners, dat zijn de vertegenwoordigers van de werkgevers en de werknemers, hebben de volgorde voor de verdeling afgesproken. In onderstaande tabel is de verdeling van het vermogen, in percentage van de dekkingsgraad zichtbaar gemaakt.
| Dekkingsgraad 31 december 2025 | Verdeling vermogen (voorlopige berekening) | Verdeling dekkingsgraad (129,7%) |
| Tot 104% dekkingsgraad
|
Persoonlijke pensioenvermogens | 100% |
| Stichtingsvermogen | 2% | |
| Solidariteitsreserve met 2% | 2% | |
| 104%-108% dekkingsgraad | Compensatie aan deelnemers in dienst en 28 jaar of ouder zijn, die nadeel hebben van de overstap naar andere premiesystematiek | 4% |
| 108%-112% | Uitdelen aan alle persoonlijke pensioenvermogens | 4% |
| 112%-119% | Gelijkelijk verdelen aan:
|
7% |
| 119% tot 129,7% | Uitdelen aan alle persoonlijke pensioenvermogens | 10,7% |
| Altijd | Herverdelen jong pensioengerechtigden en jongere nabestaanden | 0,01% |
In de definitieve berekening wordt dan inzicht gegeven in het persoonlijk pensioenvermogen en de verwachte pensioenen.
Terug naar het bericht
